‎

Praten helpt. Je kind voelt zich gesteund door jou en voelt zich beter. Praat dus met je kind, ook over moeilijke dingen.

  • Moedig je kind aan om te praten.

    Verplicht je kind niet, maar toon wel dat je wil luisteren als die daar klaar voor is.

    Vraag eens aan je kind hoe het gaat. Doe dat op een informeel moment, bijvoorbeeld als jullie samen afwassen of in de auto zitten.

  • Wees een voorbeeld. Toon dat het oké is om over je gevoelens te praten.

    Je gevoelens delen, maakt je kwetsbaar. Het is gemakkelijker om je kwetsbaar te tonen als de ander zich ook kwetsbaar toont. Toon jij dat twijfels en gevoelens er mogen zijn? Dan voelt je kind dat die hierover kan praten.

  • Toon respect voor het verhaal van je kind.

    Jouw kind kijkt misschien anders naar een situatie dan jij of het ervaart een situatie anders. Probeer geen oordeel uit te spreken. Vraag aan je kind waarom die zo denkt of waarom die zich zo voelt.

  • Erken de gevoelens van je kind.

    Probeer de gevoelens van je kind goed te begrijpen.

    Voelt je kind zich dom, lelijk of niet normaal? Zeg niet direct dat dat niet juist is. Vraag je kind waarom die dat zo voelt. Zeg niet dat die gevoelens juist of fout zijn. Die gevoelens zijn er en mogen er zijn.

  • Luister met aandacht.

    • Laat je kind uitspreken, onderbreek het niet. Minimaliseer het verhaal niet, geef niet direct advies en begin niet te sussen of te troosten. Je kan wel knikken. Zo toon je dat je luistert zonder een mening te geven.
    • Vat samen wat je kind zei. Zeg bijvoorbeeld: “Als ik het goed begrijp, zeg je dat …” Zo voelt je kind dat je met aandacht luistert. En jij bent zeker dat je alles goed begrijpt.
    • Let op je houding. Voel je dat je kind je aandacht wil? Doe dan niets anders terwijl je praat.
    • Neem je tijd voor het gesprek.
  • Zeg niet te snel je eigen mening.

    Jij denkt misschien anders over de ervaring van je kind. Deel je mening niet te snel. Doe dat alleen als je kind dat vraagt. Stel veel vragen en probeer de mening van je kind te begrijpen.

  • Spreek in de ik-vorm.

    Praat je over je eigen gevoelens? Doe dat dan met ‘ik denk …’ en ‘ik voel …’.

    Dan begrijpt je kind wat jij denkt en voelt. Een ik-boodschap oordeelt niet over de gevoelens van je kind.

  • Humor maakt het lichter.

    Maak een grapje, ook over je eigen gevoelens. Gebruik een grappig beeld of overdrijf. Zo relativeer je je eigen gevoelens. Praten hoeft niet altijd zwaar te zijn!

Laatst bijgewerkt op: 13 mei 2025